Winkelwagen
0 artikelen
Mijn winkelwagen

U heeft geen producten in uw winkelwagen. Ik wil verder winkelen

  • 5 + 1 jaar garantie! Op alle Victron apparatuur
  • Technische ondersteuning Antwoord op al uw vragen
  • Neem contact op info@top.systems | 0172-650737
  • Verzending met DHL Vóór 15.00 besteld, morgen in huis

section

Veelgestelde vragen

Wij hebben op deze pagina een aantal veelgestelde vragen geplaatst. Deze pagina's worden continu geupdate en waar mogelijk uitgebreid. Heeft u een specifieke vraag en u vindt deze hier niet, neem dan gerust contact met ons op. Onze adviseurs staan altijd voor u klaar.

Ook deze service kost u niets. Wij doen dat graag want zo blijven wij op de hoogte van wat zich in praktische zin in de markt afspeelt.

Accu

  • Hoe groot moet een huishoudaccu zijn?

    HOE GROOT MOET UW SERVICE ACCU ZIJN?
    Een eenvoudige regel om de maat van de lichtaccu aan te geven is er niet, er zijn een aantal bepalende factoren, zoals het gemiddelde dagelijkse verbruik, verminderd met de beschikbare lading. De lading wordt bepaald door het vermogen van de motorgenerator maal de vaartijd, of door het laadvermogen van de hulpgenerator of de acculader maal de laadtijd, de berekende waarde is dan de minimum capaciteit. Omdat de accu's normaal gesproken niet meer dan 80 - 90% van de laadtoestand bereiken en maar tot 60 - 75% van de capaciteit mogen worden ontladen, moet de minimum capaciteit nog met een factor van ca. 2 tot 2,5 worden vermenigvuldigd. De relatie Ah en accucapaciteit hebben we al behandeld in het voorgaande. Indien we bovenstaand gebruik uit de accu's moeten halen, hebben we daar ten minste 260 Ah aan accu's voor nodig. De capaciteit kunnen we verlagen, als we weten dat er in die tijd ook nog geladen wordt. Dit is echter maar een voorbeeld om te laten zien hoe je dat berekent. In veel gevallen zal men echter niet om het advies van een ervaren installateur heen kunnen. Soms is het ook heel belangrijk dat de adviseur de manier van werken van de gebruiker goed kent. Een ander argument dan slechts het gebruik van de 12 of 24 Volts apparatuur is zeker de mate waarin de beschikbare laadstroom kan worden opgeslagen. Je kunt wel een 100 Ampère dynamo of acculader nemen, maar als je de accucapaciteit niet hebt om deze grote laadstromen te kunnen opslaan, dan is er nog een zinloze investering gedaan. Andersom krijg je een overmatig zwaar gekozen accuset niet vol met een extreem kleine dynamo. Hiertussen moet dus een goede keuze worden bepaald. Vraag daarom Uw leverancier om een goed advies.

    220 VOLT UIT DE ACCU, WAT GEBRUIKT EEN OMVORMER?

    Hoe lang een accu dat kan, is eenvoudig vast te stellen. Tel het verbruik van de elektrische apparaten bij elkaar op en deel het totaal door de spanning van de accu.

    Er wordt 50 Ah aan elektrische energie (of 100 Ah bij een 12 Volts installatie) uit de accu gehaald. Een accu van 120/150 Ah (24 Volts) of 200/300 Ah (12 Volts) is in zo'n situatie voldoende. 
    Vragen? Bel de Energielijn: (0172) 65 07 37

  • Hoe bepaal je de benodigde huisaccu?

    HOE GROOT MOET UW SERVICE ACCU ZIJN?
    Een eenvoudige regel om de maat van de lichtaccu aan te geven is er niet, er zijn een aantal bepalende factoren, zoals het gemiddelde dagelijkse verbruik, verminderd met de beschikbare lading. De lading wordt bepaald door het vermogen van de motorgenerator maal de vaartijd, of door het laadvermogen van de hulpgenerator of de acculader maal de laadtijd, de berekende waarde is dan de minimum capaciteit. Omdat de accu's normaal gesproken niet meer dan 80 - 90% van de laadtoestand bereiken en maar tot 60 - 75% van de capaciteit mogen worden ontladen, moet de minimum capaciteit nog met een factor van ca. 2 tot 2,5 worden vermenigvuldigd. De relatie Ah en accucapaciteit hebben we al behandeld in het voorgaande. Indien we bovenstaand gebruik uit de accu's moeten halen, hebben we daar ten minste 260 Ah aan accu's voor nodig. De capaciteit kunnen we verlagen, als we weten dat er in die tijd ook nog geladen wordt. Dit is echter maar een voorbeeld om te laten zien hoe je dat berekent. In veel gevallen zal men echter niet om het advies van een ervaren installateur heen kunnen. Soms is het ook heel belangrijk dat de adviseur de manier van werken van de gebruiker goed kent. Een ander argument dan slechts het gebruik van de 12 of 24 Volts apparatuur is zeker de mate waarin de beschikbare laadstroom kan worden opgeslagen. Je kunt wel een 100 Ampère dynamo of acculader nemen, maar als je de accucapaciteit niet hebt om deze grote laadstromen te kunnen opslaan, dan is er nog een zinloze investering gedaan. Andersom krijg je een overmatig zwaar gekozen accuset niet vol met een extreem kleine dynamo. Hiertussen moet dus een goede keuze worden bepaald. Vraag daarom Uw leverancier om een goed advies.

    220 VOLT UIT DE ACCU, WAT GEBRUIKT EEN OMVORMER?

    Hoe lang een accu dat kan, is eenvoudig vast te stellen. Tel het verbruik van de elektrische apparaten bij elkaar op en deel het totaal door de spanning van de accu.

    Er wordt 50 Ah aan elektrische energie (of 100 Ah bij een 12 Volts installatie) uit de accu gehaald. Een accu van 120/150 Ah (24 Volts) of 200/300 Ah (12 Volts) is in zo'n situatie voldoende. 

  • Hoe laad ik mijn accu?

    Inleiding
    Het zou gemakkelijk zijn om het laden van accu’s te beschrijven als er één universeel recept voor bestond, onafhankelijk van de gebruiksomstandigheden en het type accu. Maar dat is helaas niet zo.
    Een factor die het nog ingewikkelder maakt is het feit dat er vaak meer dan één laadapparaat op de accu is aangesloten en dat de netto laadstroom onbekend is vanwege ook op de accu aangesloten verbruikers.
    Laden met constante spanning is de beste manier om de invloed van de verbruikers zoveel mogelijk te elimineren. Hier is de bekende 3 traps laadkarakteristiek uit voort gekomen, met een stroombegrensde fase en vervolgens 2 spanningslimieten, de absorptiespanning en de float- of druppellaadspanning.

    Laden in drie stappen (I U° U)


    Bulkladen 
    In het begin van de laadcyclus van een accu stijgt de spanning snel naar ca. 2.1 V / cel (12.6 V voor een 12 V accu en 25.2 V voor een 24 V accu). De spanning stijgt daarna langzaam door tot de absorptiespanning is bereikt. Gedurende de bulkfase van de laadcyclus accepteert de accu alle aangeboden laadstroom: de laadstroom wordt begrensd door de laadapparatuur.
    Voor grote accubatterijen is het raadzaam om de stroom tot C / 5 te beperken of, nog beter, tot C / 10, wat betekent dat 10 tot 20 % van de totale capaciteit per uur wordt geladen, bijvoorbeeld 100 A tot 200 A voor een accu van 1000 Ah.
    Minder dure, kleinere accu’s worden vaak met een relatief hogere stroom geladen, bijvoorbeeld C / 3, hoewel dit de levensduur van de accu kan verkorten.
    Een accu accepteert alle aangeboden laadstroom tot deze ongeveer 80 % geladen is. Dan wordt de absorptiespanning bereikt. Vanaf dat moment zal de accu, in plaats van alle “aangeboden” stroom te accepteren steeds minder stroom opnemen (absorberen) naarmate het laden vordert. Om deze reden wordt deze eerste spanningslimiet de absorptiespanning genoemd en heet de tweede fase van de laadcyclus de absorptiefase.
    Een hoge bulklaadstroom leidt tot temperatuur verhoging van de accu, zorgt voor meer gasontwikkeling en een langere benodigde absorptietijd om de accu volledig te laden. Met andere woorden: een te hoge laadstroom is niet erg effectief en verkort de laadtijd slechts in beperkte mate.

    In elk geval moet de laadstroom tot C / 5 of minder worden beperkt zodra de gasspanning is bereikt (bij 20°C is de gasspanning ca. 2.4 V / cel, dwz 14.4 V resp. 28.8 V). Anders zal de actieve massa door overmatige gasontwikkeling uit de platen worden geduwd.


    Absorptieladen 
    Wanneer de absorptiespanning is bereikt wordt het laden beperkt tot de hoeveelheid stroom die de accu bij deze spanning opneemt. Tijdens de absorptiefase neemt de stroom gestaag af terwijl de accu de volledig geladen toestand bereikt.

    Zoals in par. 2.2.3 werd beschreven, betekent het laden (en ontladen) van een accu dat er een diffusieproces moet plaatsvinden. Het diffusieproces verklaart veel over het laden en ontladen van accu’s:

    - Als een accu snel maar ondiep is ontladen, heeft er weinig diffusie diep binnenin het actieve materiaal plaatsgevonden en is het chemische proces beperkt gebleven tot het oppervlak van de platen. Om de accu weer te laden is dan een kortstondige of zelfs helemaal geen absorptieperiode nodig (de accu van een auto wordt bij een vaste waarde van 14 V geladen). Om te herstellen van een langdurige en diepe ontlading is een lange absorptieperiode nodig om al het actieve materiaal binnenin de platen opnieuw om te zetten.

    - Startaccu’s met dunne platen hebben een minder lange absorptieperiode nodig dan accu’s met dikke platen of buisjesplaten.

    - De benodigde absorptietijd wordt korter naarmate een hogere absorptiespanning wordt gekozen, omdat toenemende spanning leidt tot sterkere elektrische velden die de diffusiesnelheid verhogen. Naarmate de absorptiespanning verhoogd wordt neemt de gasontwikkeling echter toe totdat uiteindelijk het actieve materiaal uit de platen zal worden gedrukt. Bij gesloten accu’s zal gas gaan ontsnappen waardoor de elektrolyt zal uitdrogen.

    Nadere uitwerking van het bovenstaande leidt tot het volgende:


    1) Natte loodantimoon accu’s
    Hier hebben we te maken met vrij ruime absorptiespanning grenzen, variërend van 2.33 V per cel (14 V) en een lange absorptietijd tot 2.6 V per cel (15.6 V) en een veel kortere absorptietijd. Om overmatige gasontwikkeling te voorkomen, moet de laadstroom boven de gasspanning (2.4 V / cel) beperkt worden tot maximaal 10 % (maar 5 % is veel beter) van de capaciteit van de accu: bijvoorbeeld 40 A voor een accu van 400 Ah. Dit wordt bereikt door stroombegrenzing van de laadapparatuur of door de snelheid waarmee de laadspanning toeneemt te beperken tot ongeveer 0.1 V per cel en per uur (dwz 0.6 V per uur voor 12 V accu, resp. 1.2 V per uur voor een 24 V accu). Het is ook belangrijk te weten dat accu’s niet volledig hoeven te worden geladen na elke ontlading. Het is heel acceptabel om gemiddeld tot 80 % of 90 % te laden (gedeeltelijke lading, bij voorkeur met enige gasontwikkeling om stratificatie te beperken) en de accu bijvoorbeeld één keer per maand volledig te laden.

    2) De opgerolde cel accu is in een apart geval, omdat deze accu gesloten is en toch ruime absorptiespanning grenzen accepteert, van 14 V tot 15 V.

    3) Andere VLRA-accu’s hebben een lagere absorptiespanning grens die nooit mag worden overschreden. Bij te hoge spanning zal gas ontsnappen via de veiligheidsventielen, waardoor de accu zal uitdrogen..


    Floatladen of druppelladen
    Nadat de accu volledig is geladen wordt de spanning verlaagd om corrosie en gasontwikkeling zo veel mogelijk te beperken. Daarbij moet de spanning wel hoog genoeg blijven om te compenseren voor zelfontlading, d.w.z. om de accu volledig geladen te houden. Te veel spanning leidt tot versnelde veroudering vanwege corrosie van de positieve platen. De snelheid waarmee het rooster van de positieve platen corrodeert zal ruwweg verdubbelen met elke toename van de celspanning met 50 mV (0.3 V respectievelijk 0.6 V voor accu’s van 12 V en 24 V). Daar staat tegenover dat de accu bij onvoldoende spanning zal niet volledig geladen blijven, wat uiteindelijk tot sulfatering zal leiden.

    Met betrekking tot de druppellaadspanning moeten we onderscheid maken tussen natte en VLRA-accu’s:

    1) De aanbevelingen voor het druppelladen van natte accu’s variëren van 2.15 V tot 2.33 V per cel (12.9 V tot 14 V voor een 12 V accu). De types natte accu die hier worden besproken zijn niet bedoeld voor druppelladen gedurende langere tijd (d.w.z. meerdere maanden of jaren). Druppelladen met een relatief hoge spanning zal de levensduur verkorten vanwege corrosie van de roosters van de positieve platen, en accu’s met een hoog antimoongehalte zullen regelmatig met gedestilleerd water moeten worden bijgevuld. Druppelladen met een lage spanning, bijvoorbeeld 2.15 V per cel, verminderd veroudering en gasontwikkeling, maar er is dan wel een regelmatige “opfrislading” nodig op een hogere (absorptie) spanning om de accu volledig geladen te houden.

    2) Alle genoemde VLRA-accu’s zijn geschikt voor druppelladen gedurende langere tijd. Enkele onderzoeken hebben echter uitgewezen dat een behandeling die lijkt op die welke hier voor natte accu’s is voorgesteld ook de levensduur van VLRA accu’s aanzienlijk verlengt (zie bijvoorbeeld “Batterie Technik” door Heinz Wenzl, Expert Verlag, 1999).

    Uit de volgende tabel blijkt hoeveel water er door gasontwikkeling verloren raakt bij een relatief nieuwe accu met laag antimoon gehalte. Belangrijk: de gasontwikkeling neemt toe naarmate de accu ouder wordt, en accu’s met meer antimoon verbruiken 2 tot 5 keer zoveel water!

     


    Spanning per cel (V)

    Accu-spanning (V)

    Gas ontwikke-ling per 
    100 Ah

    Water
    verbruik
    per 100 Ah

    Bijvul
    interval

    Water
    verlies per laadcyclus

    Ah verlies per 100 Ah accucapaciteit

    Open-klemspanning

    2.13

    12.8

    20 cc / uur

    0.1 l / jaar

    5 jaar

     

    44 / jaar

    Float

    2.17

    13

    25 cc / uur

    0.1 l / jaar

    5 jaar

     

    54 / jaar

    Float

    2.2

    13.2

    60 cc / uur

    0.3 l / jaar

    1.5 jaar

     

    130 / jaar

    Float

    2.25

    13.5

    90 cc / uur

    0.4 l / jaar

    1 jaar

     

    200 / jaar

    Float

    2.3

    13.8

    150 cc / uur

    0.6 l / jaar

    10 maand

     

    300 / jaar

    Absorptie

    2.33

    14

    180 cc / uur

    0.8 l / jaar

    7 maand

    2 cc

    2 / cyclus

    Absorptie

    2.4

    14.4

    500 cc / uur

    2.2 l / jaar

    3 maand

    3 cc

    3 / cyclus

    Absorptie

    2.45

    14.7

    1 l / uur

    4.2 l / jaar

     

    4 cc

    4 / cyclus

    Absorptie

    2.5

    15

    1.5 l / uur

    6.5 l / jaar

     

    6 cc

    6 / cyclus


    Gasontwikkeling en waterverbruik zijn gebaseerd op een 6 cel (= 12 V) accu.
    Het interval voor het bijvullen is gebaseerd op 0,5 l waterverlies per 100 Ah. Het wateroverschot in de accu is ca. 1 l / 100 Ah.

    De formules:
    a) 1g water wordt ontleed in 1.85 l zuurstof- + waterstofgas;
    b) 1 Ah verlies vanwege gasontwikkeling wekt 3.7 l gas op in een 6 cel (= 12 V) accu.

    Uit de tabel blijkt dat een druppellaadspanning van 13.5 V (13.5 V is een vaak aanbevolen spanning voor de hier besproken natte accu’s) een redelijk compromis is, omdat een lagere spanning niet geheel compenseert voor zelfontlading en een hogere spanning zal leiden tot vaker dan eens per jaar bijvullen en versnelde veroudering t.g.v. corrosie.

    Naar mijn mening is het beter om, in plaats van te proberen het evenwicht te vinden tussen zelfontlading en gasontwikkeling, de accu te ontkoppelen en eens in de paar maanden bij te laden, dan wel om de druppellaadspanning tot een zeer laag niveau te reduceren, bijvoorbeeld 2.2 V per cel (13,2 V respectievelijk 26,4 V), en de accu regelmatig met een hogere spanning bij te laden.

     

    Egaliseren


    Als een accu niet voldoende wordt geladen, leidt dit tot veroudering om de volgende redenen:
    - sulfatering
    - stratificatie
    - onbalans van de cellen
    Accu’s zullen in het algemeen hun volledig geladen toestand bereiken tijdens de absorptie fase of na langere tijd druppelladen.Indien ze enige tijd in gedeeltelijk ontladen toestand zijn gebruikt zullen ze herstellen door:
    - herhaaldelijk volledig doorlopen van de laadcyclus
    - gedurende langere tijd absorptie- of druppelladen;
    - een echte egalisatielading, zoals hieronder wordt beschreven.

    In het bijzonder tractieaccu’s kunnen periodiek een egalisatielading nodig hebben.
    Een egalisatielading wordt gegeven door eerst de accu zoals gebruikelijk te laden en vervolgens het laden met een beperkte stroom voort te zetten (3 % tot 5 % van de AH-capaciteit van de accu, d.w.z. 3 tot 5 A voor een 100 Ah accu) waarbij de spanning zal toenemen tot 15-16 V (30-32 V voor een 24 V accu). De egalisatie lading moet iha enkele uren duren, tot het soortelijk gewicht (SG) ook in de zwakste cel niet meer toeneemt. Zorg er gedurende deze periode voor dat de accu geïsoleerd is van alle apparatuur die gevoelig kan zijn voor overspanning.

    Wanneer moet een accu worden geëgaliseerd?
    Dit is afhankelijk van het type en het gebruik. Voor accu’s met een hoog antimoongehalte is de beste manier om hier achter te komen het SG na een normale lading te controleren:
    - Als alle cellen gelijk zijn en een waarde opleveren van 1.28 is egalisatie niet nodig;
    - Als de waarde van alle cellen zich tussen de 1.24 en 1.28 bevindt is het goed de accu te egaliseren, maar dit is niet dringend nodig;
    - Als het SG van sommige cellen minder is dan 1.24 wordt egalisatie aanbevolen.
    - Als alle cellen een SG hebben van minder dan 1.24 dan heeft de accu te weinig lading en moet de absorptietijd worden verlengd of de absorptiespanning worden verhoogd.

    Bij VLRA-accu’s kan het SG niet gemeten worden en bij natte accu’s met een laag antimoongehalte is de aangegeven waarde niet betrouwbaar. De gemakkelijkste manier om te controleren of deze accu’s echt 100% geladen zijn is om de laadstroom tijdens het absorptieladen te volgen. De laadstroom moet gestaag afnemen en zich vervolgens stabiliseren: dit is een teken dat de chemische transformatie van de actieve massa is voltooid en dat de belangrijkste resterende chemische activiteit gasontwikkeling is (het afbreken van water in zuurstof en waterstof).

     

    Temperatuurcompensatie

    De temperatuur speelt een grote rol bij het laden van accu’s. De gasspanning en daardoor ook de optimale absorptie en druppellaadspanning zijn omgekeerd evenredig aan de temperatuur. Dit betekent dat een koude accu bij een vaste laadspanning onvoldoende geladen zal worden en dat een warme accu teveel geladen zal worden.

    Het laden van een warme accu zonder temperatuurcompensatie kan tot een instabiele situatie leiden (eng: thermal runaway):
    Omdat de gasspanning bij een stijgende temperatuur daalt, neemt de absorptie- of druppellaadlaadstroom toe en de accu wordt nog heter, enz. Dit leidt al snel tot vernietiging van de accu (de overmatige gasontwikkeling duwt de actieve massa uit de platen) en er bestaat explosiegevaar t.g.v. interne kortsluiting en de aanwezigheid van grote hoeveelheden zuurstof- en waterstofgas.

    De laadspanning aangegeven door Europese accufabrikanten geldt bij een accutemperatuur van 20°C en kan constant worden gehouden zolang de ook temperatuur van de accu redelijk constant blijft (15°C tot 25°C). Buiten dit temperatuurgebied is temperatuurcompensatie aan te raden.
    Hoewel het advies van fabrikanten enigszins verschilt is een temperatuurcompensatie van – 4 mV / °C per cel een algemeen aanvaard gemiddelde. Dit betekent – 24 mV / °C voor een accu van 12 V en – 48 mV / °C voor een accu van 24 V.

    Indien de fabrikant een absorptiespanning vermeldt van bijvoorbeeld 28.2 V bij 20°C, dan moet de absorptiespanning bij 30°C verlaagd worden naar 27.7 V. Dit is een verschil van 0.5 V dat zeker niet moet worden genegeerd.
    Wanneer, naast een omgevingstemperatuur van 30°C, de interne temperatuur van de accu nog eens 10°C stijgt, wat vrij normaal is tijdens het laden, dan moet de absorptiespanning naar 27.2 V worden verlaagd. Zonder temperatuurcompensatie zou de laadspanning 28.2 V zijn geweest, waardoor een dure gel of AGM accubank snel zou zijn vernield!

    Het bovenstaande betekent dat temperatuurcompensatie belangrijk is, vooral voor grote, dure VRLA accu’s.

     

    Overzicht

    De volgende tabel geeft een overzicht van de manier waarop accu’s na een ontlading van ca. 50 % kunnen worden geladen. In de praktijk kunnen aanbevelingen per fabrikant verschillen en zijn laadvoorschriften ook afhankelijk van het gebruik van de accu. Vraag altijd uw acculeverancier om advies!

     

    Type

    Legering
    Absorptietijd bij 20°C
    Floatspanning bij 20°C
    Auto


    Antimoon (1.6 %)

    4 uur bij 2.50 V / cel (15.0 V)

    6 uur bij 2.45 V / cel (14.7 V)

    8 uur bij 2.40 V / cel (14.4 V)
    10 uur bij 2,33 V / cel (14 V)

    2.33 V / cel (14 V)
    na een paar dagen verlagen tot:
    2.2 V / cel (13.2 V)

    Opgerolde cel

    Zuiver lood

    4 uur bij 2.50 V / cel (15.0 V)

    8 uur bij 2.45 V / cel (14,7 V)

    16 uur bij 2.40 V / cel (14.4 V)
    1 week bij 2.30 V / cel (13.8 V)

    2.3 V / cel (13.8 V)


    Semi-tractie

     

    Antimoon (1.6 %)

    5 uur bij 2.50 V / cel (15.0 V)

    7 uur bij 2.45 V / cel (14.7 V)

    10uur bij 2.40 V / cel (14.4 V)
    12 uur bij 2.33 V / cel (14 V)

    2.33 V / cel (14 V)
    na een paar dagen verlagen tot:
    2.2 V / cel (13.2 V)

    Tractie

    (buisjesplaat)

    Antimoon (5 %)

    6 uur bij 2.50 V / cel (15.0 V)

    8 uur bij 2.45 V / cel (14.7 V)

    10 uur bij 2.40 V / cel (14.4 V)

    2.3 V / cel (13.8 V)
    na een paar dagen verlagen tot:
    2.2V / cel (13.2 V)

    VRLA-gel

    Sonnenschein Dryfit A200

    Calcium

    4 uur bij 2.40 V / cel (14.4 V)
    voltage mag niet worden overschreden!

    2.3 V / cel (13.8 V)

    VRLA-gel Sonnenschein Dryfit A600

    Calcium

    4 uur bij 2.34 V / cel (14.04 V)
    voltage mag niet worden overschreden!

    2.25 V / cel (13.5 V)


    N.B.:

    1) Als er geen walstroom beschikbaar is worden accu’s in op een jacht vaak zo snel mogelijk geladen, met een verkorte of helemaal geen absorptieperiode (gebruik bij gedeeltelijk ontladen toestand). Dit is acceptabel, mits de accu regelmatig wel voor de volle 100 % wordt geladen (zie par. 4.3).

     

     


    Als de accu wordt geladen met een spanning die hoger is dan de gasspanning, moet de stroom worden beperkt tot maximaal 5 % van de Ah-capaciteit van de accu, of het laadproces moet zorgvuldig worden gevolgd en de spanning verlaagd als de stroom tot meer dan 10 % van de Ah-capaciteit stijgt. Een oplossing voor dit probleem is de adaptieve laadkarakteristiek.

    3) Bij druppelladen van accu’s met 2,2 V per cel is een regelmatige “opfrislading” nodig.

    4) Een opmerking betreffende levensduur en teveel laden:
    Start- of boegschroefaccu’s worden vaak parallel aan de hoofdaccu geladen. Het gevolg is dat deze accu’s vaak met een hoge spanning (15 V of zelfs nog meer) worden geladen, hoewel ze al volledig geladen zijn. Als dit het geval is mogen gesloten accu’s niet voor dit doel worden gebruikt, omdat ze dan zouden gaan gassen en uitdrogen. Dit geldt niet voor de gesloten opgerolde cel accu die tot 15 V laadspanning verdraagt.
    Natte en opgerolde cel accu’s zullen wel overleven, maar verouderen sneller. De belangrijkste verouderingsfactor daarbij is corrosie van het rooster van de positieve platen. De corrosiesnelheid verdubbelt bij elke spanning toename met 50 mV per cel. Dit betekent dat bijvoorbeeld een Optima opgerolde cel accu, die een levensduur heeft van 10 jaar bij de aanbevolen druppellaadspanning van 13.8 V, 4 keer zo snel zou verouderen bij 15 V 
    (((15 – 13.8) / 6) / 0.05 = 4), waardoor de levensduur slechts 2.5 jaar zou zijn wanneer de accu constant met 15 V zou worden geladen. In de praktijk is dat natuurlijk niet het geval: de hoge laadspanning doet zich alleen voor tijdens de absorptielaadperiode van de service accu. Maw: ondanks frequent overladen zal de levensduur meevallen. Soortgelijke resultaten gelden voor natte accu’s.

     

     

    Conclusie: hoe moet een accu worden geladen?

    Zoals al eerder werd vermeld is er geen simpel recept dat voor alle accu’s en alle gebruiksomstandigheden geldt. En bestaat er geen grotere variëteit aan gebruiksomstandigheden en typen accu’s dan aan boord van een jacht.

    Laten we, om een beter idee te krijgen van de manier waarop accu’s worden gebruikt en wat dit betekent voor het laden, weer het voorbeeld uit paragraaf 2.4. nemen. Laten we aannemen dat het jacht 3 accu’s aan boord heeft: een serviceaccu, een startaccu en een boegschroefaccu.

    Hoe worden deze verschillende accu’s gebruikt en hoe moeten ze worden geladen?


    De serviceaccu
    In par. 2.4. en werden drie gebruiksomstandigheden beschreven:

    1) Cyclisch gebruik, in gedeeltelijk geladen toestand, tijdens het zeilen of terwijl het jacht voor anker ligt (laden van de accu met de dynamo van de hoofdmotor of met een dieselgenerator). In deze omstandigheden wil men de accu zo snel mogelijk laden. Temperatuurcompensatie is noodzakelijk om vroegtijdige veroudering vanwege oververhitting en overmatige gasontwikkeling te voorkomen.

    2) Een combinatie van druppelladen en kortstondige, ondiepe ontladingen tijdens varen op de motor of wanneer het jacht in de haven ligt (walstroom en toepassing van het DC concept). Het risico hier is dat een 3-traps dynamoregelaar (tijdens het varen) of een acculader (indien aangesloten op walstroom) door deze ondiepe ontladingen telkens overschakelt op bulkladen met daarop volgend een vaste absorptie periode. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarbij de accu bijna voortdurend aan absorptieladen wordt onderworpen. Daarom moet igv ondiepe ontladingen de duur van de absorptiefase sterk verkort worden.

    3) De accu wordt gedurende lange periodes losgekoppeld of onder druppellaadspanning achtergelaten, bijvoorbeeld tijdens de winterperiode. De meeste natte accu’s zullen snel verslechteren (corrosie) als ze lange tijd met 2.3 V (13.8 V) per cel worden geladen. Op basis van mijn persoonlijke ervaring en vele discussies met jacht- en werfeigenaren geef ik er de voorkeur aan om zowel natte accu’s als gel accu’s gedurende de winterperiode los te koppelen dan wel te onderhouden met een druppellaadspanning van ca. 13.2 V en een periodieke opfrislading.


    De startaccu
    De startaccu wordt op 2 manieren gebruikt:
    - Ondiepe ontlading door het één of twee keer per dag starten van de motor.
    - Helemaal geen ontlading. Het beste zou zijn de accu dan ook niet te laden, behalve af en toe een absorptielading. In de praktijk wordt de startaccu echter vaak parallel met de serviceaccu geladen, wat acceptabel is, mits het juiste type accu wordt gebruikt en enige verkorting van de levensduur wordt geaccepteerd.


    De boegschroefaccu
    Als de boegschroef intensief is gebruikt kan de ontlading diep zijn en moet de accu ook weer snel geladen worden. In het algemeen is de meest praktische oplossing om de boegschroefaccu gelijktijdig met de serviceaccu te laden. Vaak worden opgerolde cel accu’s gebruikt vanwege hun zeer hoge piekstroom capaciteit. Deze accu’s accepteren een hoge laadspanning.

  • Werking tractieaccu

    Primaire en secundaire cellen
    Een accubatterij bestaat uit een aantal met elkaar verbonden cellen, die in staat zijn om chemische energie om te zetten in elektrische energie. Deze cellen zijn in te delen in twee hoofdgroepen; namelijk primaire en secundaire cellen.
    Primaire cellen zijn na ontlading onbruikbaar en secundaire cellen zijn na ontlading weer op te laden. Secundaire cellen zijn dus ook in staat om elektrische energie om te zetten in een chemische energie. In dit verhaal beperken we ons tot de secundaire cellen en dan met name de loodzwavelzuurcel.

    Celopbouw
    De tractiecel kent in principe twee standaardnormen:
    1) de DIN-norm
    de DIN-norm wil zeggen dat de breedte van de cel 198mm is, ongeacht de capaciteit van de batterijcel
    2) de BS-norm
    de BS-norm wil zeggen dat de breedte van de cel 159mm is, ongeacht de capaciteit van de batterijcel

    De opbouw van een DIN-cel is als volgt:

    Type cel 2 PzS 120 L bestaat uit positieve platen van ieder een capaciteit van 60Ah. Een vierplater uit deze serie zou dus een capaciteit hebben van 4 x 60 = 240Ah. De series die in de DIN-norm voorkomen zijn als volgt:

    60Ah – plaat 80Ah – plaat 90Ah – plaat 120ah – plaat 150Ah - plaat

    De kleinste cel in de DIN-norm is de 2 PzS 120 L, de grootste is de 10 PzS 1500 HS.

    De opbouw van een BS-cel is als volgt:

    Type cel E 2 bestaat uit twee positieve platen van ieder een capaciteit van 73Ah. Een vierplater uit deze serie zou dus een capaciteit hebben van 4 x 73 = 292 Ah.

    29 - plaat 42 – plaat 54 – plaat 63 – plaat 73 – plaat 99 – plaat

    Beide varianten kennen de uitvoering “menglucht”.
    De voordelen van een mengluchtcel zijn als volgt:

    Snellere laadtijden
    Minder onderhoud
    Eventueel uitsparen wisselbatterij
    Tussenladingen – dus extra capaciteit
    Energiebesparing uit het net


    De besparingen die hieruit voorkomen zijn:
    1 x wisselwerking
    gedemineraliseerd water
    onderhoudskosten
    Zowel DIN-cellen als BS-cellen hebben positieve en negatieve platen, met tussen iedere positieve en negatieve plaat een separator.
    De positieve plaat bestaat uit looddioxide, de negatieve plaat bestaat uit sponslood.
    De separatoren zijn gemaakt van microporeuze kunststof. De reden hiervoor is, dat de separatoren niet geleidend mogen zijn, maar tegelijkertijd voldoende poreus moeten zijn om doorstroming van het elektrolyt en dus ionen door te laten.
    De celbakken zijn vervaardigd van een kunststof, namelijk polypropyleen. Het is een sterk materiaal en is goed lasbaar. Dit is nodig om de celdeksels zuurdicht te versmelten met de celbak.
    Op de bodem van de celbak zijn een aantal ribben of prisma’s aangebracht, waarop de loodplaten steunen. Tussen de ribben is een ruimte aanwezig, waarin de uitgevallen looddeeltjes worden opgevangen, zodat deze de onderkanten van de platen niet kunnen raken. Dit is ter voorkoming van onderlinge sluiting. De celdeksels zijn eveneens vervaardigd van polypropyleen. Ze zijn voorzien van een aantal gaten, namelijk voor de pooldoorvoeren, de vulopening en indien nodig voor de luchtaansluiting. Dit laatste is alleen nodig bij een cel in mengluchtuitvoering.


    Celopbouw
    Een tractiebatterij wordt opgebouwd uit een aantal cellen die in serie geschakeld worden. In serie schakelen wil zeggen dat de pluspool van de ene cel wordt doorverbonden met de minpool van de andere cel. Als men dit bijvoorbeeld uitvoert met 12 cellen, dan zal men uiteindelijk een totale spanning verkrijgen van: 12 x 2Volt = 24Volt. Zie het schema hiernaast.

    De cellen worden ingebouwd in stalen containers, die zijn voorzijden van een zuurbestendige isolerende coating. Tevens is de container voorzien van hijsgaten om de batterij in en uit het voertuig te kunnen takelen.
    Sommige containers zijn nog uitgevoerd met lekgaten, maar met de tegenwoordige milieueisen mag dit niet meer.
    Grotere containers zijn voorzien van een tussenschot of zelfs een kruisschot dat voor extra stevigheid zorgt.
    De afmetingen van een container is afhankelijk van het aantal cellen dat men nodig heeft en van de capaciteit van de batterij.
    De batterijen bestaan in een DIN-uitvoering of afwijkend. DIN-uitvoeringen bestaan alleen in de volgende batterijspanningen nl.: 24Volt, 48Volt en 80Volt en dan natuurlijk in verschillende capaciteiten. De afmetingen van een DIN-container zijn vastgesteld volgens de DIN-norm.
    DIN-containers zijn te gebruiken voor meerdere typen heftrucks en ook voor allerlei merken.

    Hoe functioneert een batterij?
    De meest simpele voorstelling van een elektrische cel is een positieve en een negatieve plaat die zijn ondergedompeld in een bak met zwavelzuur. Zie het figuur hiernaast.

    De positieve plaat bestaat uit looddioxide, en de negatieve plaat bestaat uit sponsloos. Het elektrolyt bestaat uit zwavelzuur, zoals reeds eerder omschreven.

    Een loodzwavelbatterij kent in feite twee chemische porcessen namelijk:

    << laden >> en << ontladen >>

    tijdens het ontladen van een batterij wordt chemische energie omgewet in elektrische energie, en tijdens het laden gebeurt het omgekeerde.

    De chemische formule hiervoor luidt als volgt:

    Ontladen geeft de formule: PbO2 + Pb + 2H2SO4 --> PbSO4 + PbSO4 + 2H2O

    Laden geeft de formule: PbSO4 + PbSO4 + 2H2O --> PbO2 + Pb + 2H2SO4

    Tijdens het ontladen van de batterij wordt zowel het looddioxide van de positieve plaat als het lood van de negatieve plaat omgezet in loodsulfaat.
    Dit is dus rechtstreeks het gevolg van het zwavelzuur als elektrolyt dat dan in water wordt omgezet. De zuurconcentratie van het elektrolyt wordt gedurende de ontlading steeds minder, met als gevolg dat de klemspanning van de batterij zal dalen.

    Tijdens het laden van de batterij zal er een ontlaadstroom vloeien. In de vaste kern van de verbinders, positieve en negatieve platen is dit in de vorm van elektronen. In het elektrolyt zal dit in de vorm van ionen zijn.
    De grootte van de ontlaadstroom is afhankelijk van de gebruiker die op de batterij is aangesloten.

    De spanning van een batterij is afhankelijk van het soortelijk gewicht van het elektrolyt, en is te berekenen aan de hand van een globale formule nl.: 0,84 + s.g.

    Voorbeeld: een cel met een s.g. van 1,28 zal in rust een spanning geven van 2,12V. een cel met een s.g. van 1,13 zal in rust een spanning geven van 1,97V.

    Hieruit blijkt dat de batterijspanning rechtstreeks afhankelijk is van het soortelijk gewicht.

    Een geladen loodzwavelcel heeft – afhankelijk van de uitvoering – een soortelijk gewicht van 1,27 g/cm³ respectievelijk 1,29 g/cm³.
    Een ontladen cel komt op een soortelijk gewicht van 1,13 g/cm³.
    Een tractiebatterij mag maar voor 80% ontladen worden. Dit betekend dus dat een batterij van bijvoorbeeld 600Ah 600 x 80% = 480Ah levert.
    Een batterij die van 1,29 naar 1,13 wordt ontladen is in totaal 16 punten in s.g. gedaald. 16 punten is 80% capaciteit. Verdeeld over 16 punten is dit 5% per punt.
    Als een batterij overkookt door verkeerd bijvullen van de batterij zal het s.g. afnemen. (er loopt immers zuur uit de batterij). Als na de lading het s.g. dan niet hoger komt als bijvoorbeeld 1,26 in plaats van 1,29, betekent dit voor de batterij al 15% capaciteitsverlies!!

    Onderhoud van de batterij
    Een schone batterij is noodzakelijk, niet alleen voor het uiterlijk, maar ook ter voorkoming van ongelukken en het verlengen van de levensduur van de batterij.

    Het reinigen van de cellen, verbinders, containers e.d. is noodzakelijk om de isolatie tussen de cellen onderling en tussen de container zo optimaal mogelijk te houden. Bovendien wordt schade door corrosie als gevolg van accuzuur voorkomen. Afhankelijk van de omgeving en deinzet van de batterij is het onvermijdelijk, dat de bovenkant van de batterij stoffig wordt. Tijdens het laden treedt er gassing op, die voor een deel neerslaat op de batterij. Samen met het stof vormt dit dan een dun elektrisch geleidend laagje, waardoor dan zogenaamde “kruipstromen” vloeien. Deze kruipstromen kunnen per cel in grootte verschillen, met het gevolg dat de ene cel verder ontladen wordt dan de andere. Dit kan een reden zijn voor capaciteitsproblemen wanneer de batterij een tijd heeft stilgestaan. Wanneer de kruipstromen groter worden is het niet uitgesloten dat er vonken ontstaan die de gassen, (die tijdens het laden ontstaan), tot ontploffing doen brengen. Hiermee kunnen we dus stellen dat het onderhoud van de batterij niet alleen leidt tot een langere levensduur, maar ook wezenlijk bijdraagt aan een stuk veiligheid.


    Vragen? Bel de Energielijn: (0172) 65 07 37

  • Accu laden met een dynamo

    De wisselstroomdynamo

    De hoofdmotor van een voertuig is normaliter voorzien van een standaard wisselstroomdynamo* met ingebouwde regelaar en temperatuurcompensatie. De temperatuur wordt gemeten in de regelaar zelf. Dit is gebaseerd op de automobiel industrie, waar de accutemperatuur ongeveer gelijk is aan de temperatuur van de regelaar.
    De startaccu is bijna altijd volledig geladen. Alleen tijdens het starten van de motor wordt de accu in geringe mate ontladen. Vervolgens levert de dynamo voldoende vermogen, ook bij een stationair draaiende motor, om alle verbruikers van stroom te voorzien en de accu weer bij te laden. Omdat de accu eigenlijk nooit diep wordt ontladen en er meestal veel laadtijd beschikbaar is, is de absorptie fase overbodig. De dynamo laadt met een van het toerental afhankelijke stroom, totdat de ingestelde druppellaadspanning is bereikt. Daarna wordt de accu geladen op constante spanning. De spanning is meestal afgesteld op 2,33 V / cel, dwz 14 V voor 12 V-systemen en 28 V voor 24 V-systemen. Deze laadmethode werkt uitstekend onder de volgende voorwaarden:
    - de accu is een vlakke plaat startaccu;
    - de accu is bijna altijd volledig geladen;
    - het temperatuurverschil tussen dynamo en accu is beperkt;
    - de spanningsval over de kabel tussen accu en dynamo is verwaarloosbaar (d.w.z. kleiner dan 0,1V, met inbegrip van schakelaars, isolatoren, enz.).
    Zodra aan een van de bovenstaande voorwaarden niet meer wordt voldaan kunnen er problemen ontstaan.
    In de volgende paragrafen wordt de praktijk van het laden van een serviceaccu stap voor stap besproken.
    Voor een uitputtende bespreking van wisselstroomdynamo’s dynamoregelaars, isolatoren en andere bijbehorende apparatuur adviseer ik u Nigel Calder’s standaard werk “Boatowners Mechanical and Electrical Manual” te lezen, en ook de websites van Ample Power (amplepower.com), Balmar (balmar.net) en Heart Interface (xantrex.com) te bekijken.

    *In een wisselstroomdynamo zijn gelijkrichtdiodes ingebouwd zodat er geen wisselstroom maar gelijkstroom uit komt

    Als de dynamo meer dan één accu moet laden


    Inleiding
    Een jacht heeft op zijn minst twee accu’s: één om de hoofdmotor te starten en één huis- (of hulp- of service-) accu. Om ervoor te zorgen dat de motor altijd gestart kan worden, worden alle accessoires (navigatieapparatuur, verlichting, stuurautomaat, koelkast, enz.) op de serviceaccu aangesloten. De startaccu mag alleen voor de startmotor van de hoofdmotor worden gebruikt en mag absoluut nooit leeg raken, want dan kan de motor niet meer worden gestart.
    Vaak is er een derde accu aan boord, de boegschroefaccu en er kan zelfs een vierde zijn, de accu voor de navigatie en communicatie apparatuur. De accu’s zijn door middel van relais, diode isolatoren, of anderszins van elkaar gescheiden. In grotere systemen heeft de startaccu vaak een eigen dynamo. De accuspanning kan ook verschillen, bijvoorbeeld 12 V voor start- en navigatieaccu’s, en 24 V voor de service- en boegschroefaccu’s.


    Het probleem
    Als een standaard dynamo uit de auto industrie wordt gebruikt om verscheidene accu’s gelijktijdig te laden ontstaan de volgende problemen:
    - Op een schip zijn de kabellengtes vaak veel langer dan in auto’s, waardoor er een grotere spanningsval ontstaat tussen de dynamo en de accu (voorbeeld: de spanningsval over een kabel met een doorsnede van 10 mm2 en 5 meter lengte is 0.5 V bij een stroom van 50 A).
    - Diode laadisolatoren veroorzaken extra spanningsval: 0.4 tot 0.8 V voor silicium diodes en 0.1 tot 0.4 V voor FET-transistoren die als diode worden gebruikt.
    - De dynamo in de motorruimte registreert een omgevingstemperatuur van 40°C of zelfs hoger terwijl de serviceaccu lager in het schip veel kouder is, bijv. 20°C. Dit resulteert in een voor de accu te lage laadspanning tgv temperatuur compensatie.
    - De serviceaccu wordt meestal behoorlijk diep ontladen en moet met een hoge (absorptie) spanning worden geladen. Dit is vooral het geval als de dynamo op de hoofdmotor de enige stroombron is en elke dag kortstondig wordt gebruikt om de accu’s te laden.
    - De startaccu is echter bijna altijd volledig geladen en heeft geen absorptielading nodig.
    - Vaak worden verschillende soorten accu’s gebruikt voor het starten, de boegschroef en als serviceaccu. Deze verschillende soorten accu’s hebben elk hun eigen laadrecept.


    Veel verschillende oplossingen
    Het zou overdreven zijn om te stellen dat er net zoveel oplossingen zijn als boten, maar er zijn zeker veel manieren om de bovenstaande problemen in meer of mindere mate op te lossen. Verscheidene daarvan, maar zeker niet alle, worden hierna besproken:


    Eenvoudig en niet duur: microprocessor gestuurde accuscheiders
    De startaccu wordt direct aangesloten op de dynamo. Tussen de dynamo en de serviceaccu wordt een microprocessor gestuurde accuscheider geplaatst (zie bijv. de Cyrix accuscheiders van Victron Energy). Wanneer 1 van beide accu’s geladen wordt (de start accu door de dynamo, of de service accu met een acculader) en de spanning stijgt tot bijna 14 V of 28 V, dan zorgt de microprocessor ervoor dat het relais sluit, zodat beide accu’s parallel geladen worden. Zodra de spanning daalt omdat er ontlading plaatsvindt, opent het relais weer en worden de accu’ gescheiden.
    Deze oplossing is eenvoudig en niet duur: de dynamo hoeft niet te worden gemodificeerd of vervangen. Het nadeel is een wat langere oplaadtijd van de serviceaccu, omdat de laadspanning aan de lage kant is. Vaak zal de motor, en daarmee het laadproces, gestopt worden lang voordat de accu vol is. Dit is geen bezwaar zolang de accu”s regelmatig wel volledig geladen worden, bijvoorbeeld met een acculader wanneer er walstroom beschikbaar is.
    De Cyrix accuscheiders zijn bidirectioneel: de spanning wordt op beide “+” aansluitingen gemeten en de laadstroom zal eenvoudigweg van de accu met hoogste laadspanning naar de accu met de lagere spanning lopen. Een voorbeeld: wanneer de dynamo is aangesloten op de startaccu en een acculader op de service accu, en de 2 accu’s worden verbonden met een Cyrix, dan kunnen beide accu’s geladen worden, zowel met de dynamo als met de acculader.


    Dynamospanning verhogen
    De meeste dynamo’s met ingebouwde regelaar kunnen worden aangepast om een hogere spanning te leveren. Door een diode in serie met de spanningsmeting van de regelaar te plaatsen wordt de uitgangsspanning met ca. 0.6 V verhoogt.
    Dit is een karwei voor de specialist, waar we hier niet verder op ingaan. Zware overlading is alleen een risico bij een zeer intensief dagelijks gebruik van de motor en zelfs dat probleem kan worden opgelost door de dynamo tijdelijk uit te schakelen (maar onderbreek nooit de verbinding tussen de dynamo en de accu terwijl de motor draait, want de resulterende spanningspiek kan de gelijkrichtdiodes in de dynamo beschadigen).


    Een meertrapsregelaar met temperatuur- en spanningscompensatie
    Als u voor een meertrapsregelaar besluit , zou ik adviseren de beste te nemen en een model te kiezen met:
    - Spanningsense. Door de laadspanning direct op de accu te meten wordt de spanningsval over de bekabeling en eventuele diode isolatoren automatisch gecompenseerd.
    - Temperatuurcompensatie. Hiervoor is een temperatuursensor nodig, die op de serviceaccu moet worden gemonteerd.


    De startaccu.
    Laten we aannemen dat wanneer de hoofdmotor draait, de accu’s gelijktijdig via relais, of een diode of FET-isolator worden geladen. Vrijwel alle laadstroom stroomt dan naar de service accu omdat deze accu de grootste capaciteit en de laagste inwendige weerstand heeft, en gedeeltelijk of geheel ontladen is. Dit betekent dat de spanningsval over de kabel van de dynamo naar de serviceaccu hoger zal zijn dan van de dynamo naar de startaccu. Het kan heel goed zijn dat om een absorptiespanning van bijvoorbeeld 14.4 V voor de serviceaccu te bereiken, de uitgangsspanning van de dynamo tot 15.4 V moet worden verhoogd (d.w.z. een spanningsval van 1 V van de dynamo naar de serviceaccu).
    Met 15.4 V op de dynamo zou de spanning op de startaccu zeer wel 15 V (!) kunnen zijn, omdat slechts een klein percentage van de stroom naar de startaccu gaat en dus ook de spanningsval gering zal zijn. Het resultaat is dat de startaccu, die al volledig is geladen, teveel geladen wordt.
    Wat te doen?
    a) Verbeter de situatie door het spanningsverlies zo laag mogelijk te houden en laat het daarbij. De startaccu moet misschien eerder worden vervangen, afhankelijk van hoe vaak de hierboven genoemde omstandigheden zich voordoen en welk type startaccu wordt gebruikt.
    Een gel-accu wordt in deze omstandigheden niet aanbevolen, omdat overspanning uitdrogen tot gevolg heeft. 
    b) Voeg 1 of 2 diodes toe in de bekabeling naar de startaccu om de spanning te verlagen.
    c) Plaats een serieregelaar in de bekabeling naar de startaccu, bijvoorbeeld de “Eliminator” van Ample Power.
    d) Laad de startaccu met een aparte dynamo.


    De boegschroefaccu
    De opgerolde cel accu is zeer geschikt voor deze toepassing. Deze accu kan zeer hoge stromen leveren en kan tevens snel en met een hoge spanning geladen worden.

  • Hoe laad ik mijn accu met een acculader?

    Inleiding We besproken op welke manier accu’s zouden moeten worden geladen en hoe accu’s versneld verouderen als zij niet op de juiste manier worden geladen. Het bleek dat het laden van accu’s met de dynamo van de hoofdmotor een kwestie van compromissen is. Met acculaders is het iets minder ingewikkeld, omdat de meeste laders met een hoog uitgangsvermogen zijn voorzien van temperatuur- en spanningssensoren. Veel acculaders hebben ook 2 of 3 gescheiden uitgangen voor het gelijktijdig laden van 2 of 3 accu’s en bijna allemaal hebben ze een 3 traps laadkarakteristiek. makkelijker om per accubank een lader te installeren dan meerdere dynamo’s op de hoofdmotor te plaatsen. Optimaal laden met een acculader Ik hoop dat het in de voorgaande hoofdstukken duidelijk is geworden dat het laden van accu’s zorgvuldig denken vereist. In de nieuwe Phoenix laders van Victron Energy is alle kennis en ervaring zoals in dit boek beschreven samengebracht. De laders hebben een adaptieve 4-traps laadkarakteristiek Het microprocessorgestuurde ‘adaptieve’ accu management systeem kan ingesteld worden voor verschillende soorten accu’s. De adaptieve functie past het laadproces automatisch aan het gebruik van de accu. Door aanpassing van de absorptietijd zorgt de lader voor de juiste hoeveelheid lading Bij geringe ontlading van de accu wordt de absorptietijd kort gehouden om overlading en overmatig gassen te voorkomen. Na een diepe ontlading wordt de absorptietijd automatisch verlengd om de accu volledig te laden. Beperking van veroudering door overmatig gassen: begrensde spanningsstijging (BatterySafe functie) Indien, om de laadtijd te verkorten, gekozen wordt voor een hoge laadstroom en ook een verhoogde laadspanning, dan zal de Phoenix lader nadat de gasspanning is bereikt de stijgsnelheid van de spanning begrenzen. Zo wordt overmatig gassen in de eindfase van de laadcyclus voorkomen. Minder onderhoud en veroudering wanneer de accu niet gebruikt wordt: de opslagfunctie (BatteryStorage functie) De Phoenix lader schakelt over op ‘opslag’ wanneer er gedurende meer dan 24 uur geen ontlading plaatsvindt. De spanning wordt dan verlaagd tot 2,2 V/cel (13,2 V voor een 12 V accu).De accu zal dan nauwelijks meer gassen en corrosie van de positieve platen wordt zoveel mogelijk beperkt. Eens per week wordt de spanning verhoogd tot absorptie niveau om de accu weer bij te laden; dit voorkomt stratificatie van de elektrolytoplossing en sulfatering van de platen. Drie uitgangen om drie accu’s te laden De Phoenix laders hebben 3 uitgangen waarvan er 2 de volle uitgangsstroom kunnen leveren. De derde uitgang, bedoeld voor het laden van een startaccu, is begrensd op 4 A en heeft een iets lagere uitgangsspanning. Temperatuurcompensatie Een temperatuursensor die op de min-pool van de accu gemonteerd kan worden zorgt ervoor dat de laadspanning afneemt wanneer de accutemperatuur stijgt. Dit is bijzonder belangrijk voor Gel- en AGM-accu’s, die anders mogelijk door overladen zouden uitdrogen. ’Voltage Sense’: laadspanning meten op de accu of op het DC verdeelpunt Om spanningsverlies door kabelweerstand te compenseren, zijn de Phoenix laders voorzien van ‘Voltage Sense’ zodat de accu altijd de juiste laadspanning krijgt. Meerdere accu’s laden De problemen die zich dan voordoen zijn analoog aan die welke beschreven zijn voor de dynamo, zie paragraaf 5.2.2. De goedkoopste oplossing is een lader met meerdere uitgangen. De beste oplossing is een aparte acculader voor elke accu. Meerdere accu’s laden met 1 lader Veel acculaders hebben 2 of 3 uitgangen die onderling gescheiden zijn door diodes. De spanning wordt geregeld aan de primaire kant van de diodes en is wat hoger afgesteld om de gemiddelde spanningsval over de diodes te compenseren. Met inbegrip van de bekabeling kan hierdoor, wanneer er veel stroom loopt, de spanningsval oplopen tot meer dan 1.5 Volt. Als de stroom gering is zal de spanningsval afnemen tot minder dan 0.5 V. Dit betekent dat een laadspanning van bijvoorbeeld 14.4 V bij lage stroom daalt tot 13.4 V bij de volle laadstroom. Dit is niet al te bezwaarlijk zolang de accu’s regelmatig geladen worden zonder dat er tegelijkertijd veel stroom wordt afgenomen door diverse gebruikers. De beoogde laadspanning van 14.4 V kan namelijk alleen bereikt worden als de stroom tijdens de absorptie periode afneemt tot een lage waarde. Temperatuurcompensatie Temperatuur compensatie heeft slechts een beperkt effect omdat de verschillende accu’s ook een verschillende temperatuur zullen hebben. ’Voltage sense’ Compensatie van de spanningsval door de laadspanning direct op het DC verdeelpunt of de klemmen van 1 van de aangesloten accu’s te meten resulteert in nauwkeurig laden van die accu, en mogelijk overladen van de overige accu’s. Microprocessor gestuurde accuscheiders Een goed compromis is nauwkeurig laden, inclusief temperatuur- en spanningcompensatie van de dure serviceaccu, en de overige accu’s aansluiten op de service accu met microprocessor gestuurde accuscheiders. Een bijkomend voordeel is dat de dynamo van de hoofdmotor dan automatisch ook alle accu’s zal laden.

  • Wat is vermogensdichtheid?

    Vermogensdichtheid is de maat voor de effectiviteit van accu's en batterijen. De eenheid wordt weergegeven in watt per kilogram (W/kg). Hoe hoger dit getal, hoe effectiever de accu of batterij is, en hoe minder een accu met hetzelfde vermogen weegt.

    Met name bij (elektrische) voertuigen speelt dit getal een belangrijke rol, omdat het gewicht van deze voertuigen voor een belangrijk deel wordt bepaald door de meegevoerde accu's. Ook voor het rijden van campers met rijbewijs B is dit vaak van belang, omdat hiervoor een maximaal toegestaan gewicht geldt van 3.500 kg.

  • Verschil tussen accumodellen standaard en insert

    De standaard Victron accumodellen hebben een verticale strip aansluiting. De accumodellen met insert hebben een schroefdraad insert, waardoor de aansluiting plat op de accu kan worden gemonteerd bijvoorbeeld voor een busbar. Dit heeft geen invloed op de afmetingen van de accu.

Acculader

  • De capaciteit van de acculader?

    Bepaal eerst of er 12- of 24 Volt spanning is. Wat is de maximale accucapaciteit die onderhouden moet worden? Een vuistregel is dat een lader gekozen moet worden welke tenminste 10% van de accucapaciteit in Ah is, doch bijvoorkeur 20% maar niet meer dan 25%. We kijken dan alleen naar de capaciteit van de lichtaccu's. Bij een 200Ah accu zal een acculader gekozen worden van minimaal 20 Ampère laadstroom, bij normaal gebruik. 
    Let er ook op welke verbruikers bij het laden nog stroom verbruiken. Reken het vermogen om naar de stroom die er loopt. Wordt er tijdens het laden ook nog een constante stroom verbruikt van bijvoorbeeld 14 Ampère, dan zal de lader maar 6A kunnen laden. De accu's komen dan niet snel vol en de lader zal constant de maximale stroom moeten leveren. Er zal gekozen moeten worden voor een zwaardere lader. Streef er naar dat tijdens het laden zo min mogelijk verbruikers aan staan, dan heeft u het maximale rendement tegen een zo gunstig mogelijke prijs.

  • Hoe werkt een IP22 acculader met 3 uitgangen

    IP22 acculaders met 3 uitgangen hebben op alle uitgangen hetzelfde laadalgoritme dat ingesteld is met de MODE-knop. Zodra de acculader wordt ingeschakeld gaat de maximale laadstroom naar de aangesloten accu die het diepst is ontladen (laagste SOC-waarde). Zodra deze accu op het niveau komt van de accu met de daaropvolgend laagste SOC-waarde, wordt de laadstroom verdeeld over de twee accu’s en laden deze samen tot het niveau van de derde accu. Vervolgens wordt de laadstroom over de drie accu’s verdeeld en gezamenlijk vol geladen.

Omvormen / laden

  • Hoe bepaal ik de juiste omvormer?

    Belangrijk is vast te stellen welke apparatuur veelvuldig, en op welk tijdstip wordt gebruikt. 's Avonds zal er vaak meer vermogen van de omvormer gevraagd worden dan overdag. Ga van het vermogen uit, dat tijdens de piekuren geleverd moet worden; meestal is dit 's avonds.

    Voorbeeld belastingen:
    koelkast, gemiddeld vermogen 200 Watt
    kleuren TV, gemiddeld vermogen 75 Watt
    stereoset, gemiddeld vermogen 45 Watt
    verlichting, gemiddeld vermogen 100W
    totaal vermogen = 420W
    Verbruikers die korte tijd worden gebruikt, zijn ook bepalend voor het omvormervermogen, bijvoorbeeld:
    stofzuiger ca. 15 minuten 700 Watt
    mixer ca. 10 minuten 50 Watt
    Dit betekent dat in bovenstaand voorbeeld een omvormer van 850 Watt gekozen kan worden. Voorts zijn ook andere factoren dan slechts het geïnstalleerd vermogen bepalend voor de keuze van een omvormer. Een compressorkoelkast kun je bijv. niet starten met een omvormer die kleiner is dan 600 Watt. Datzelfde heb je met kleine elektromotoren als een klokpomp; een pomp van 200 Watt vergt een omvormervermogen van 1200 Watt bij het opstarten.

  • Huisaccu laden bij een Euro 5/6 motor

    In geval van een Euro 5/6 motor is een speciale dc/dc-omvormer nodig. De wisselende veelal te lage laadspanning van de dynamo moet namelijk worden omgezet naar een constante laadspanning benodigd voor het laden van de huis of serviceaccu's. Ook de startaccu wordt door de gemiddeld lagere dynamo spanning niet meer helemaal vol geladen. Aangezien dat ook niet nodig is, is dat op zich geen probleem. Wel werkt een oorspronkelijke laadstroomverdeler in dat geval niet, omdat de dynamo spanning maar zelden boven de benodigde spanning (connect voltage) van 13,2 volt uitkomt. Uitgebreide informatie over deze omvormer modellen kunt u vinden op onze Euro 5/6 webpagina.

    Omvormer voor Euro 5/6

  • Schuko of IEC stekker. Wat is het verschil?

    Schuko Schuko_aansluiting Een Schuko contactdoos is het standaard stopcontact systeem in Nederland, dus van stekkers en contactdozen. Internationaal is het bekend als Type F of, in het CEE-systeem, CEE 7/4. Apparaten die aangesloten worden met schukostekkers behoren tot de elektrische veiligheidsklasse I.
    IEC IEC_aansluiting De meeste desktopcomputers gebruiken een IEC contactdoos om het netsnoer op de voeding aan te sluiten. IEC-snoeren worden met name gebruikt voor het aansluiten van vele soorten elektronische apparatuur, waaronder computers, instrumentversterkers, professionele audioapparatuur en vrijwel alle professionele videoapparatuur.

  • 230 Volt stroomvoorziening - hoe werkt dat?

    Autonome energiesystemen voor 230 volt zijn accu gebaseerd. Uit de accu wordt de systeemspanning (bijvoorbeeld 12 VDC) omgevormd naar 230 VAC. Met stroombronnen zoals een acculader (walstroom), de dynamo van de camper motor en zonnepanelen kunnen de accu’s worden geladen. Als er vaak walstroom ter beschikking is zijn omvormer/lader combinaties zoals de MultiPlus van grote toegevoegde waarde, vanwege de automatische omschakelautomaat. Ook is een MultiPlus eenvoudig zelf aan te sluiten.

Montage

  • Wanneer een dubbelpolige schakelaar toepassen?

    Het gebruik van een dubbelpolige schakelaar is gewenst in vochtige ruimten en in situaties waarbij een installatie gegarandeerd spanningsvrij moet kunnen worden gemaakt. In andere situaties is een enkelpolige schakelaar voldoende.

Draadloos

  • Toegangscode Victron Connect app

    De Victron Connect app toegangscode van alle Smart Victron apparaten en apparaten aangesloten met een VE.Direct Bluetooth LE dongle is "000000" (zes maal 0).

Staat uw vraag er niet bij?

Wij helpen u graag verder. Stel hier uw vraag en u krijgt zo spoedig mogelijk antwoord van één van onze specialisten.

* Verplichte velden